Weer een fris, ietwat grijs, begin vanmorgen. In het eerste deel zaten nog enige behoorlijk venijnige bultjes maar na goed 30 Km bereikte ik terug de rivier Ping en werd het weer vlakker. Ik ben nog maar een kort ritje verwijderd van Chiang Mai maar morgen blijf ik eerst nog een dagje hier hangen. Lamphun zou de oudste stad van Thailand, en dus een bezoekje waard, zijn.
Ik ben gisteren nog vergeten uit te leggen waarom ik eindigde met 2 deeletappes. Terwijl ik de 2e keer zat te wachten bij het Li Resort, merkte ik het wifi paswoord op. Ik besloot om alvast mijn rit af te klokken en te synchroniseren, in de overtuiging dat ik er wel mijn plaatsje zou vinden voor de nacht. Toen dit uiteindelijk in Li helemaal niet bleek te lukken moest ik dus een 2e rit starten om verder te gaan. Het was vanmorgen best koud, ik had 15° bij het vertrek en toen was het toch al 9 uur. Omdat ik gisteren al zowat de helft van de voor vandaag voorziene rit deed, deed ik het vanmorgen allemaal rustig aan. Vanwege dat kortere ritje begon ik ook met een stukje terug te rijden, naar een paar figuren die ik gisteren al merkte maar toen niet bij stopte. Je ziet aan de ingang van een tempel wel eens meer een paar vervaarlijk uitziende figuren met zwaard of zware knuppel, die kan je dan wegzetten als mythologische figuren maar hoe je geweren met de boeddhistische filosofie rijmt dat weet ik niet 🙂 . Ik moest vandaag ook een overzetbootje nemen omdat de omgeving overstroomd is. Je vraagt je af hoe dat kan, het heeft al weken niet meer geregend 🙂 . Er vaart dus wel een bootje maar je moet er een paar natte voeten voor over hebben om aan boord te geraken. Er is wel aan beide kanten assistentie voorzien om de scooters te laden. In Hod had ik vandaag van de eerste keer prijs en ik werd er in perfect Engels ontvangen. De manager is nog maar een maand terug in Thailand na 47 jaar Kopenhagen. Zijn vrouw is enige dochter en haar moeder wordt al wat ouder dus kocht deze het resort over voor haar dochter, om deze terug in Thailand te krijgen. Ze zouden het voorlopig voor een jaar proberen maar het lijkt mij dat de man met zijn hart toch meer in Kopenhagen zit. Hij heeft ook een klein probleempje. Zijn vrouw is nog steeds Thais maar hijzelf is Deens staatsburger geworden en hij moet nu om de 3 maanden even het land uit om zijn Visa te vernieuwen 🙂 .
Ik vond het echt een leuk hutje gisteren maar het had ergens in een bos moeten staan in plaats van langs de grote weg, zingende vogels storen een stuk minder dan voorbij donderende (vracht)wagens 🙂 . Vandaag liet ik de rivieren achter mij, er moest dan ook nog eens echt geklommen worden. Een lange klim maar niet te steil, ééntje die ik ook in de huidige omstandigheden nog wel kan genieten. Het deed wel deugd om nog eens met plezier een berg op te fietsen 🙂 . Met 20° en geregeld schaduw was het ook best koel tijdens de klim. Ik werd in het begin van de klim wel voorbij gefietst door een local, op een mountainbike zonder bagage. Verder stond de rit in het teken van enkele tempels. Boven op de berg vond ik een witte Chedi met daarachter een wat aparte tempel, zo was ik er nog geen tegengekomen. De Chedi blijkt een monument te zijn voor Khruba Sri Wichai, een monnik uit de 18e eeuw, maar zo zijn er wel meer, de monnik blijkt nogal belangrijk geweest te zijn. Ik kon over de tempel dus verder niets vinden. Een eind verder kwam ik dan bij “Wat Nong Wua Thao” voorafgegaan door een kilometer lange weg omzoomd met zuilen met koeien op. De Wat is schijnbaar opgericht ter herinnering van een reïncarnatie van Boeddha als koe. De bijhorende Chedi, Phra Mahatat Si Wiang Chai, schijnt één van de grootste van Thailand te zijn. In Li vond ik in mijn beoogde resort niemand thuis. Ik wachtte nog een tijdje, sprak ondertussen ook met een Australische die lesgeeft in de lokale school en ondertussen een jaar in het resort woont, maar besloot uiteindelijk toch een eindje verder naar een ander te gaan. Daar vertelde men me echter dat alles volzet was, het zou de eerste keer zijn maar als ze het zeggen. Ik keerde dus terug naar mijn eerste keuze en wachtte nog wat verder. Toen de manager uiteindelijk thuis kwam, wist die me te vertellen dat alles volzet was! Ik ging dan naar een 3e optie en vond tenslotte nog een 4e maar overal dezelfde mededeling: alles volzet. Li was dus volledig volgeboekt. Misschien dat er links en rechts nog wel een mogelijkheid was, het is niet dat ze het echt kunnen zeggen, maar ik besloot om uiteindelijk maar een eind verder te gaan. Ondertussen had ik ook al enige tijd doorgebracht in Li en ik heb er dan maar even wat tempo ingebracht, het ging door een mooie omgeving met de wat hogere bergen vlakbij maar dat was even van secundair belang. Dat eind verder werd uiteindelijk 43 Km maar daar hadden ze gelukkig wel plaats. Het bleek ook een echte meevaller, mooie huisjes langs een klein riviertje en bij de ingang een mooi koffiehuisje. Na de stevige inspanning heb ik zelfs daar mijn prioriteit gelegd, nog voor de douche. Ik heb geen idee in welk dorp ik ben maar de resort noemt The Creek.
Bhumibol Dam is ongetwijfeld de vreemdste plaats van deze trip. Er leven hier duidelijk mensen maar het is niet zeker hoe en waarom, de plaats lijkt in niets op eender welke andere in Thailand. Er zijn fraaie, moderne gebouwen, waarvan nogal wat voor de overheid of EGAT, de beheerder van de dam en schijnbaar ook de rest van het stadje/dorp, veronderstel ik. Op 2 plaatsen stonden politieagenten het weinige verkeer te regelen maar nergens zie je echt leven. Er is één groot resort, waar ik verblijf, dat schijnbaar ook alle andere resorts en guesthouses in de buurt, die allemaal van de staat zouden zijn, beheert maar geen markt, geen eetstalletjes, geen … . Ik vond uiteindelijk wel 3 kleine winkeltjes, net naast elkaar 🙂 . Het was ook allemaal geheel ééntalig, geen probleem op zich maar wel moeilijk voor de “falang”. Alleen in het restaurant naast mijn resort, de enige eetgelegenheid die ik zag, had wel een tweetalig menu en iemand die wat Engels sprak. Ik heb er ook erg lekker gegeten, zoetzuur varken met een Thaise kick 🙂 , een beetje apart maar wel echt lekker. Volgens mijn gids worden er toeristische activiteiten georganiseerd op het meer en is het best een mooie plek voor een relaxdag. Persoonlijk zie ik geen van beide, al was het uiteindelijk wel een goed resort en een lekker restaurant. Daarvoor zou je het misschien wel doen. Vandaag fietste ik niet langer langs de Ping maar langs de Wang, een maatje kleiner. Ik geloof dat ik mijn beoogde hotel wel gevonden heb maar het leek me niet meer operationeel 🙂 . Ik vond wel een leuk alternatief vlakbij. Alleen de geluidsisolatie mocht wat beter, vlakbij de grote weg. Toen ik hier aankwam werd ik tegemoetgekomen door een jongen van een jaar of 12 die me in vlot Engels vroeg of ik een secondje, of misschien 5 of 10 secondjes, wou wachten, de bazin was even bezig in één van de kamers.
Gisteren een nieuw hoogtepunt/dieptepunt gezien in de “delivery” toestanden van tegenwoordig. Terwijl ik in een “bakery & coffee” zat voor een koffie met een koekske, nam de uitbaatster een stukje taart om in een plastiek bakje te steken en even later aan een “delivery guy” te geven om ergens te gaan afleveren. Eén stukje taart dus. De rit van vandaag zou eerder kort worden maar ik maakte onderweg een klein zijsprongetje naar de “Wat Phra Boramthat”, het is niet omdat we aan de finale richting Chiang Mai bezig zijn dat er niets meer te zien is natuurlijk, waardoor mijn rit net op een iets vollere 60 Km zou afklokken. Wat Phra Boramthat is een groot tempelcomplex en een beetje een lokaal bedevaartsoord. Ik ging ook op zoek naar de oude, 13e eeuwse, Chedi in de buurt. Verder ging mijn rit de hele dag langs de rivier Ping, die overigens van Chiang Mai komt. Het ging daarbij ook een stuk over onverhard en niet bepaald aangenaam onverhard, in de mate dat dat al zou bestaan 😉 , een zandweg met veel ribbels en stenen. Gelukkig duurde het niet te lang. Min rit zou afklokken op precies 60 Km maar mijn beoogde doel met de beloftevolle naam “Bed & Bar Café” Resort, en volgens mijn gids met heerlijke koffie en gebak, viel een beetje tegen. Het café gedeelte bleek gesloten en zonder koffie en gebak lag het toch wat ver weg van alles. Ik ging dus maar wet verder richting Bhumibol Dam. Dit plaatsje is destijds gebouwd om de werkers aan de dam en werd daarna omgevormd tot stadje.
Vanmorgen dus begonnen aan de finale terugkeer naar Chiang Mai, het gaat vanaf nu echt wel noordwaarts. Verder bleef het vandaag lang eerder grijs, gelukkig is er dan altijd wel een tempel links of rechts een tempel om een beetje kleur in je dag te brengen 🙂 . Pas op de middag klaarde het echt op.
Vandaag dus de 3e van de historische steden bezocht. Het was de eerste plaats waar daar (nog) voor moest betaald worden, op 2 plaatsen en bij 1 daarvan nog een beetje extra voor de fiets. Al kan ik niet met zekerheid zeggen dat die andere toevallig gratis waren ter gelegenheid van de feestdagen en dat die ondertussen officieel voorbij zijn. In dat geval heb ik mijn bezoeken goed getimed 🙂 . Daarmee zit mijn toeristisch intermezzo erop, rest nu alleen nog maar terug naar Chiang Mai fietsen 🙂 .
Ik heb wel genoten van mijn jaarovergang in Sukhothai. Het was een leuk hotelletje, ik heb er geen foto van maar het ontbijt was zowat op het dak met mooi uitzicht op de omgeving en de bergen verderop, en ik vond er een goed restaurantje, als je eens in de buurt bent vind ik Poo Restaurant wel een aanrader 🙂 . Verder was het eens makkelijk om gewoon Engels te kunnen spreken. Vandaag dus de verplaatsing gemaakt naar de derde van de Unesco steden, een behoorlijk stevige verplaatsing. Niet vanwege het parcours, dat was gewoon vlak, maar wel vanwege de afstand. Het begon met terug de fietsroute naar Old Sukhothai en daarna ging het verder over rustige, landelijke wegen. Ik zag even voorbij Old Sukhohai nog een berg stenen liggen die ik gisteren niet zag 🙂 . De Boeddha’s en de geesten kregen ook verse bloemen met nieuwjaar 🙂 . Het hotel waar ik hier terecht is een behoorlijke tegenstelling tegenover Sukhothai, groot en onpersoonlijk, maar wel aan een erg schappelijke prijs. Ik zal hier dus weer 2 dagen blijven om ook hier de oude stenen te gaan opzoeken.
Om te beginnen, aan iedereen een gelukkig nieuwjaar. Mijn overgang was erg kalm maar ik heb me toch nog eens getrakteerd. De muur van het restaurant deed overigens ook dienst als gastenboek 🙂 , zo bleek Vandamme hier bijvoorbeeld ook al gegeten te hebben 🙂 . Verder liet ik me door “de tijdloze” begeleiden naar het nieuwe jaar, moderne tijden nietwaar? 🙂 Vandaag ging ik dan dus weer op zoek naar oude stenen. Ik moest er deze keer wel wat verder voor rijden, logeerde ik in Si Satchanalai zowat bij de ingang dan lag die hier wel een eindje weg. Ik kon er wel rustig naartoe langs de fietsroute, niet helemaal verkeersvrij maar wel mooi en rustig. Deze stenen leken eerlijk gezegd wel een beetje op de vorige 🙂 maar dan wel nog wat groter en indrukwekkender. Sukhothai was dan ook de hoofdplaats van het Koninkrijk van de 13e tot de 15e eeuw. Op zijn hoogtepunt omvatte het Koninkrijk het grootste deel van het huidige Thailand maar eind 14e eeuw begon het uiteen te vallen en in de 15e verviel het tenslotte tot slechts een provincie van een nieuw groot Koninkrijk, Ayutthaya.