Vandaag begonnen met een fietsuitstapje naar de Kuang Si watervallen, oprecht de mooiste watervallen die ik ooit zag. De foto’s doen ze niet geheel recht aan. Bij de watervallen is ook een “bear rescue center”, daar vangen ze beren op die ze bij particulieren uit kleine kooitjes redden. Ze zitten nog altijd achter draad maar toch al met veel meer ruimte. Voor lunch had ik vandaag barbecue vis, en of hij gesmaakt heeft 🙂 . Na terugkomst weer wat rondgehangen in het stadje, met inbegrip van een bezoek aan één van die hippe “bakeries”.
Ik wou de geneugten van het leven met echte restaurants maar burgers, pizza, spaghetti of Belgian frites moest het nu ook weer niet zijn. Luang Prabang is wel wat veranderd sinds mijn eerste bezoek, 18 jaar geleden. De buitenkant is nog wel hetzelfde maar waar je vroeger in de hoofdstraat nog kleinere lokale restaurants, ook toen al wel met echte menu’s, zag, daar zie je nu “art galleries”, “bakeries”, massage salons (wel eerbaar voor zover ik zie), bike rentals en hippere restaurants. Ik vond wel een leuk plaatsje maar het wifi paswoord was “australia”, ik geloof dat dat genoeg zegt 🙂 . Toch blijft Luang Prabang een leuke plaats met een aangename sfeer. Vanmorgen was ik overigens minder principieel en koos voor de banana pancakes in plaats van weer een noedelsoep 🙂 . Vandaag liet ik de fiets nog eens aan de kant staan. Ik begon met een wandeling die ik 18 jaar geleden ook al maakte, aan de overkant van de Mekong. Eens gaan kijken hoe het daar veranderd is. Nogal zo blijkt. Waar ik toen een uitgeregend pad vond ( https://pbase.com/dannyc/image/38456774 ), ligt er nu een mooi verharde weg. Van de vele toeristen in Luang Prabang zijn er weinigen die de ferry naar de overkant nemen, die overigens ook een hele upgrade gekregen heeft met de verharde weg aan de overzijde ( https://pbase.com/dannyc/image/38456776 ). Ik vind het echt wel een aanrader, niet alleen vanwege enkele tempels daar maar je zit er ook direct “op den buiten” en in de “jungle”. Later heb ik dan nog wat rondgewandeld in de stad zelf.
Vandaag de derde stevige rit op een rij. Ze was wat minder berg dan de vorige maar zat wel vol nijdige bultjes. Het weer twijfelde lang tussen wolken en opklaringen, aanvankelijk wonnen de wolken maar uiteindelijk kwam de zon vol door en het bleef vooral droog. De Chinezen plaatsten een dam op de rivier Ou, ze zijn daar schijnbaar goed in. Nu, als het de Lao ten goede komt niets op tegen, al heeft het sowieso wel zijn invloed op de omgeving natuurlijk. Ik zag onderweg nog een koppel fietsers, ik passeerde hen terwijl ze met wat bezig waren en zij mij dan weer terwijl ik zat te eten, maar geen van beide partijen nam de moeite om contact te maken. Later leerde ik van een Duitser, die hier voor een korte vijfdaagse is met een erg licht bepakte mountainbike, waarmee ik even op fietste dat het schijnbaar ook Belgen zijn. Ik heb ze voorlopig echter niet meer terug gezien. Ik ben aangekomen in Louang Prabang en hier blijf ik voor een paar dagen. Ik houd wel van Louang Prabang, al heb ik slechte herinneringen aan de laatste keer dat ik hier was. Tijdens mijn laatste groepsreis viel ik zwaar tijdens de laatste rit richting hier, ons eindpunt. Ik hinkte hier nog een paar dagen rond voor de terugvlucht maar veel kon ik niet meer doen. Bij thuiskomst bleek ik een breukje in mijn bekken opgelopen te hebben. Niets super dramatisch, het moest uiteindelijk gewoon genezen zonder ingreep, maar wel goed voor 6 bijzonder pijnlijke weken. Louang Prabang staat op de Unesco Werelderfgoed Lijst en iedereen die Laos bezoekt passeert hier dus. Hier kan ik dan ook enkele dagen nog eens genieten van de geneugten des levens, zoals echte restaurants, echte koffie, … . Al zullen de prijzen waarschijnlijk wel verdubbelen. Waar ik op mijn kamer niet kan genieten is snel internet, ik heb er de slechtste verbinding ooit. Ik ben uiteindelijk bij de geburen, waar ik eigenlijk boekte maar die me herlokaliseerden naar een kamer verderop, om mijn ding te doen.
Gisteren nog een fietsclubje zien aankomen. Het type Spiceroads, met gehuurde mountainbikes en volgwagen, zoals ikzelf bijtrad maar dan van een ander merk. Ook hier kreeg ik geen ontbijt voor mijn 6 €, het werd dus weer een noedelsoep langs de straat. Verder was het vanmorgen een grijze, wat vochtige start. Start van een nieuwe stevige bergrit. Aanvankelijk viel het met die vochtigheid nog wel mee maar uiteindelijk, net op de top van de eerste berg, ging het echt regenen. Ik houd niet zo van regen maar helemaal niet van dalen in de regen en zeker niet als er een redelijke kans op olie op de weg is. Het werd waarschijnlijk dan ook de traagste afdaling uit mijn fietsleven. Het wegdek was vandaag wel in orde, dat was tenminste al een zorg minder. Ik ben op een bepaald ogenblik ook nog een tijdje gaan schuilen voor de regen en toen ik een eind verder een gelegenheid voor nog een noedelsoep zag, heb ik niet lang getwijfeld. Die kon ik op die moment echt wel gebruiken, ik heb vandaag best koud gehad! Terwijl ik zat te eten stopte het met regenen maar tijdens de 2 beklimming herbegon en toen is het eigenlijk niet echt meer gestopt. Nam Thouan is een nog kleiner doorrij plaatsje dan Mouang Huong was en ik zit in een klein guesthouse waar ze geen wifi hebben, mijn verhaal van vandaag zal dus pas morgen openbaar worden. Wifi is nochtans ook lokaal helemaal ingeburgerd. Ik zie ook diverse netwerken, allemaal met paswoord beveiligd, maar dus geen van mijn guesthouse. Verder is het hier wel OK, ik kon ook eerst rustig mijn ketting afdrogen en smeren voor ik mijn fiets in mijn kamer parkeerde.
Mouang Huong is zo’n typisch doorrij stadje, een district stadje waar alles in de lengte geconcentreerd is langs de hoofdweg. Mijn hotel was er weer eentje zonder ontbijt service, dat kan je misschien ook niet verwachten voor 6 €. Ik begon de dag dus met een stevige kom noedelsoep op de hoek, weer goed voor een dikke euro extra 🙂 . Vandaag een langere stevige rit op het programma waarbij het weer de hele tijd op en af ging maar vooral op. Pas bij kilometer 68 mocht ik wat meer dalen. Dalen is hier echter ook geen pretje vanwege de staat van de weg, die ligt bezaait met gaten en putten en af en toe lijkt hij ook even gewoon weg. Toch was het wel een mooie rit. Ik heb genoten van de omgeving, de rijstvelden zijn hier ook na dat ze geoogst zijn nog mooi, en de mensen in de dorpjes waar je doorrijdt maken ook steeds veel goed.
Ook na deze “rustdag” weer herbegonnen met een kleiner ritje maar kleiner wilde deze keer niet ook zeggen gemakkelijk. Het ging de hele tijd op en neer en daarbij ging het, aangezien ik een zijriviertje van de Mekong volgde en dus stroomopwaarts reed, vaker op dan neer. Als je eindelijk echt in Laos onderweg bent dan merk je als snel dat je een duidelijke stap terug gezet hebt op de economische schaal. Wel supervriendelijke mensen en ze zien hier voldoende weinig westerlingen om het opmerkelijk te vinden als ze er eentje zien maar anderzijds ook wel genoeg om er niet verstomd van te staan, de “hello’s” en “Sabaidee’s” vliegen je om de oren 🙂 . Als je dan net na schooltijd door één van de dorpjes passeert wordt het wel heel bijzonder 🙂 .
Houayxay is een stadje dat eigenlijk leeft van het toerisme. Velen steken hier nabij de grens over, in beide richtingen, en komen daarbij hier terecht voor één of meer overnachtingen. Van hieruit neemt men dan de bus of boot naar Luang Prabang, of komt men ervan als men in omgekeerde richting gaat. Het is dan ook een aaneenschakeling van guesthouses en restaurantjes en maakt het stadje best levendig natuurlijk. Ook ik ging nog eens de boot op, de slowboat naar Pakbeng. Op zich een mooie tocht over de Mekong maar 6 uur is toch wel lang, maar daarvoor is het ook een slowboat natuurlijk. Bovendien vertrok de boot pas om 11u30, wat het toch wel een lange dag maakte. In Pakbeng kom je weer in een gelijkaardig stadje als Houayxay, hoewel op het eerste zicht wat kleiner. Pakbeng is nog maar halfweg de tocht naar Luang Prabang. Degene die helemaal naar daar varen moeten hier overnachten en gaan morgenvroeg met een andere boot weer verder. Ikzelf ga morgen met plezier weer de fiets op, het varen zit er in principe op voor mij.
Vandaag moet ik beginnen met broer, de oudere, een gelukkige verjaardag te wensen: Gelukkige verjaardag broer. Het was vanmorgen nog eens een mistig begin. Op het programma stond een wat langere rit met grensovergang, mijn eerste solo “ver weg” grenspassage. Ik passeerde al wel meer grenzen maar dat was met begeleiding die zei wat je waar moet doen. Ook deze grens stak ik als eens over, bij mijn eerste bezoek aan Laos in 2004. Dat was toen een groepsreis die begon in Chiang Rai omdat dat nu eenmaal het makkelijkste startpunt was om met Noord Laos te beginnen. Toen was dat nog met overzetjes over de Mekong. Nu ligt er de Friendshipbridge IV, wat betekent in principe dat er nog tenminste 3 andere zijn dus. Die brug mag je wel niet met de fiets over, die neem je mee met de voetgangers in de bus om de oversteek te maken. Thailand uit geraken was makkelijk maar om in Laos te komen was er nog eens wat goeie ouwe bureaucratie nodig, dat is nog niet verandert. Na de grens ging het nog een 10 Km verder tot Houayxay. Voorlopig is er nog weinig verschil te merken met Thailand, al is het wel weer even wennen om terug rechts te rijden. Laos is ook zo’n land waar je in één slag miljonair kan zijn, 100 € wisselen volstaat al ruim 🙂 .
Voor een grijs stadje had Mae Chan ’s avonds wel een erg kleurrijk en levendig centraal plein, vol met eet, drank en zoetigheid standjes. Vandaag een korter ritje, erg rustig ook maar met wel één nijdige puist in de weg. Na 46 Km kwam ik aan de “Golden Triangle” of zoals wij zouden zeggen “het drielandenpunt”, al heeft de Golden Triangle natuurlijk nog wel een wat ruimere betekenis dan gewoon drielandenpunt. Verder lijkt het misschien nog het meest op de Zwarte Berg in het weekend, het punt waar iedereen naar toe schijnt te moeten komen 🙂 . Bij de Golden Triangle bereikte ik ook meteen de Mekong. Na de Triangle ging het nog een 10 Km verder tot Chiang Saen, eveneens langs de Mekong. Chiang Saen was ooit, in vervlogen tijden, een onafhankelijk koninkrijkje en dat is in het stadje nog op verscheidene plaatsen te merken.
Vandaag dus terug echt op weg met een eerder rustige rit, niet te lang en niet te zwaar. In de tweede helft ging het wel wat golven maar niets dramatisch. Ik fietste langs nogal wat rijstvelden maar de rijst is al even geoogst en dan stellen die ook niet zo veel voor 🙂 . Ik passeerde ook een erg grote rubberplantage maar dat is uiteindelijk dan weer als een gewoon bos met bekers aan de bomen 🙂 . Eindigen deed ik in Mae Chan. Mae Chan is een behoorlijk stadje maar in niets toeristisch, eerder een provinciaal industriestadje.