Ik ontdekte ondertussen dat Saigon behalve een kathedraal, en nog wat andere kerken, ook zijn moskee heeft, niet ver van mijn hotel, en dat al sinds 1935.
Auto’s doen me niet veel meer maar voor een originele mustang maak ik nog wel een uitzondering 🙂 .
De rest van mijn dag kan je bezwaarlijk mooi noemen. Ik ging “wat verder van huis 😉 ” naar het oorlogsmuseum, waarschijnlijk één van de gruwelijkste museums ter wereld. Volgens sommige commentaren vertelt het museum een erg éénzijdig verhaal maar dat verhaal wordt natuurlijk wel ondersteund door feiten en beelden. De ergste sectie is waarschijnlijk die over de voortdurende gevolgen van het gebruik “agent orange”, nog decennia later. Die gevolgen draagt men, in mindere mate omdat er in mindere mate aan blootgesteld werden, ook aan de kant van Amerikaanse strijdkrachten en hun nageslacht overigens. De “mooiere” sectie was die van de “getuigenissen”, over de oorlogsfotografen. Veel gruwelijke en dramatische foto’s natuurlijk, met pijn en lijden langs beide kanten, maar ook dikwijls prachtige beelden van mensen, omgeving, mensen in die omgeving, … . Oorlogsfotograaf is uiteraard ook geen risicoloos beroep, er vielen ook veel slachtoffers onder hen.
Vroeg vertrekken leverde ook vandaag weer op, tegen dat ik mijn bezoek beëindigde werd het museum al overspoeld.
Er reizen tegenwoordig natuurlijk ook nogal wat Amerikanen naar Vietnam en bij een standaardreis in Vietnam zitten altijd wel wat oorlogssites. Ik heb me al dikwijls afgevraagd hoe zij die bezoeken ondertussen aanvoelen, al zullen daar waarschijnlijk ook wel wat verschillen tussen zitten.






































