De dag begon vandaag volledig overtrokken. Dat was een stuk comfortabeler om op te staan, vanwege minder koud, maar ook een stuk frisser om de rit te beginnen. Na vertrek begon het echter al snel terug op te klaren en het werd weer een mooie fietsdag. De Donau kabbelde vandaag rustig verder maar in de weg lagen weer enkele stevige bulten. Toch ben ik weer behoorlijk gezakt. Slapen doe ik vannacht bij de boer maar wel een boer met ook nog een groot en druk Gasthaus. Zijn eten wordt blijkbaar goed gesmaakt. Ik dacht een hele tijd dat ik hier alleen zou liggen maar zonet is er nog een fietser toegekomen.
Nog steeds steenkoude nachten maar op de plateau komt de zon er wel wat vroeger door en kom je dus wat vroeger terug op temperatuur. Na 2 stevige dagen komt nu de beloning, dagenlang stroomafwaarts 🙂 . Het is mooi om al die bergen rondom te zien en te weten dat je daar niet over moet 🙂 . Het betekent natuurlijk ook dat je weinig hoekjes kan afsnijden en dus zowat alle krullen moet volgen. Er liggen ook nog wel wat bulten op de weg, en af en toe zijn dat best nijdige bulten, maar de generale tendens moet dus bergaf zijn. Het valt wel op dat de Donau op 2.840 Km maar een verval van 678 meter heeft, niet direct een zwarte piste lijkt me 😉 . Ik deed die hoogte in de afgelopen 2 dagen omhoog. Na een rustig begin kreeg ik in de namiddag toch een paar wauw momenten. Ik ben zeker dat ik over 2 jaar tot vlakbij Donauschingen reed maar kan me niet herinneren dat ik dat tussenstuk deed. Het zal toen wel in de andere richting geweest zijn, wat toch altijd een wat ander beeld oplevert, en waarschijnlijk met ander weer, ik weet nog dat het toen op de terugweg nogal eens wat slechter was. Vandaag werkte het weer echt wel goed mee. De laatste foto is mijn overnachtingsplaats, tenminste aan de voet daarvan 😉 .
Het is best zomerweer, vandaag echt mooi fietsweer, maar ’s nachts wordt het hier wel steenkoud. Dat maakt het bepaald niet makkelijk om uit de slaapzak te kruipen. Bovendien duurt het hier erg lang voor de zon, over de bergen, de bodem van de vallei bereikt. Vandaag had ik wel geluk dat ik tenminste nog wat zon kreeg voor het inpakken. In de namiddag, bij aankomst, geldt het tegengestelde, liever schaduw. Ook vandaag stond er weer stevig klimwerk op de menu, vooral om uit de put te geraken waarin ik gisteren geëindigd was. Daarna ging het wat op en af op de plateau maar met af en toe wel een pittig muurtje. Het doel van vandaag was de bron van de Donau. 2 jaar geleden kwam ik ook in de omgeving maar ging ik niet op zoek naar de bron, nu dus wel. Eigenlijk heeft de Donau 2 bronnen met de Brigach en de Breg, 2 riviertjes die na een paar kilometer samen de Donau vormen. Er is strijd geweest tussen 2 gemeenten, Donauschingen en Furtwangen, om wie de titel van “bron van de Donau” mocht dragen. De Breg, vanuit Furtwangen, is wat langer en produceert meer water maar uiteindelijk is in 1965, op basis van een oude vermelding door de Romeinse Keizer Tiberius, beslist dat Donauschingen met de Brigach de titel mocht dragen. Eens de Donau bereikt, ging ik richting de dichtste camping. Na 2 stevige dagen mocht dat wat vroeger vandaag.
Ik kreeg vanmorgen al snel te maken met het verwachtte klimmen maar het waren nog steeds maar voorproefjes, het echte werk kwam pas na de middag. Tegen het einde miste ik een splitsing waardoor ik wel wat extra kilometers deed maar weinig extra hoogtemeters, de splitsing bevond zich al boven op de plateau. Ik kreeg onderweg een soort complimentje “Gut, endlich jemand ohne E-bike” 🙂 . Die zonder E-bike moest een stuk verder wel een keer voet aan grond zetten om zijn fiets naar boven te sleuren, die klim was echt geschift. De E-bikes peddelden me er wel zonder omkijken voorbij. Er staat op de camping een “camping-club”, ergens uit Duitsland, maar de enige tent die er staat is een grote partytent waar ze samenkomen. Rondom wel verscheidene mobilhomes waarvan sommigen met echt busgehalte. De camping is overigens best goed, behalve de ondergrond. Er zit een steenlaag net onder het gras en het is niet altijd mogelijk om je piket erin te krijgen. Gelukkig wordt er geen zwaar weer verwacht 🙂 . Tijdens de beklimmingen, in volle zon, was het weer hoogzomer maar verder durfde de wind het nogal frisjes afkoelen.
Vandaag dus mijn tocht verder gezet, zuidwaarts richting de Donau. Lang heb ik gedacht dat het zonder foto’s zou zijn, het ging mooi door het groen maar ik zag niets dat ik deftig in beeld kon brengen, maar toen was daar plots Bruchsal met zijn Schloss. Op zich was dat al genoeg om weer een pagina te vullen. Veel kwam er ook niet meer bij maar ik had toch nog enkele leuke passages. Hoewel ik alle rivieren verlaten had, bleef het vandaag onverwacht vlak. Toch zal er echt nog wel moeten geklommen worden om de bron van de Donau te bereiken. Aan het eind van de rit kreeg ik nog wel een proevertje maar het echte werk moet dus nog komen. Het was vandaag al terug een stuk warmer dan de afgelopen dagen maar de wind speelt nog wel parten.
Aangezien de herberg wat afgelegen ligt, nam ik vanmorgen toch de fiets om naar de Altstadt te rijden en daar natuurlijk wat in rond te wandelen. Naar boven aan het Schloss ging ik niet, uiteindelijk was het wel een rustdag 🙂 .
Ik heb best goed geslapen in mijn hotelletje. Ook vandaag kreeg ik de Rijn niet veel in zicht. Omdat het hier zo breed is, hebben ze dijken gebouwd en de route loopt achter die dijken. Waarschijnlijk is dat om de route te verzekeren in geval van hoog water. Eerlijk gezegd is er dikwijls wel een optie aan de andere kant van de dijk maar ik hield mij aan de aangeduide route, ook al omdat die veelal over asfalt loopt en het alternatief eerder een pad is. Het benaderen van Worms was een kleine ramp. Om te beginnen was er veel industrie, waren er wegenwerken, was het er vreselijk druk en waren er stukken waar ik officieel met de fiets niet mocht komen maar waren daar geen alternatieven voor. Worms zelf is op zich wel een mooi stadje, ik overnachtte er 2 jaar geleden, maar ik reed er deze keer gewoon langs heen. 2 jaar geleden schreef ik na mijn overnachting trouwens wel dat het stadje minder interessant was dan verwacht 🙂 . Ook Ludwigshaven benaderen was geen pretje vanwege de zware industrie. Ik geloof dat BASF zowat de helft van de stad omvat 🙂 . In Ludwigshaven stak ik de Rijn over naar Mannheim. Het kostte wel wat moeite om op de brug te geraken, niet vanwege de brug maar om het juiste fietspad te vinden, en aan de overkant nog meer om terug een geschikte richting te vinden. In Mannheim probeerde ik bij gelegenheid eens een stukje van de stad mee te pikken, ze hebben er monumentale historische gebouwen en nogal wat grote standbeelden, maar ik slaagde er niet in om iets in beeld te brengen. Ik verliet er wel de Rijn om richting de Donau te trekken. Ik ging daarvoor naar de Neckar, aan de andere kant van de stad, om langs daar naar Heidelberg te fietsen. Ook die Neckar kreeg ik trouwens niet dikwijls te zien. Ik zit vannacht weer binnen maar deze keer was het wel zo gepland, in jeugdherberg. Heidelberg roept vage herinneringen op aan terugkeren van vakantie in het Zwarte Woud. Het was goed 50 jaar geleden natuurlijk nog een heel andere wereld dan nu maar het leek me dus een geschikte plaats om eens een rustdag te plannen. Duitse jeugdherbergen zijn overigens notoir erg goed met, optioneel, een goed “all you can eat” avondmaal beschikbaar. Ik maakte vandaag wel een paar extra kilometers om er naartoe te rijden, ik begon eerst in de verkeerde richting te zoeken 😦 .
Van het weerfront geen nieuws: het was vandaag wisselend bewolkt, winderig en frisjes. Vandaag mijn rit zuidwaarts langs de Rijn verdergezet, al ging die ook al wel eens wat terug naar het noorden. Tussen Bingen en Mainz raakte ik de Rijn kwijt, ze was altijd wel in de buurt maar ik zag ze niet meer. De route ging dan mooi door groene velden en bossen maar het Rijngevoel was er dus wel niet meer. Ook de passage van Mainz was geen pretje, het ging wel vlot maar tussen industrie en drukte was het toch geen pretje. Voorbij Mainz vond ik een andere Rijn terug, wijd en vlak. Ik zit vannacht op hotel. Ik had hier volgens mijn informatie een camping moeten treffen maar die is er dus niet meer en er was ook ver vooruit of terug geen andere in het zicht. Qua tijd was er nog wel wat mogelijk maar met 80 Km, met dikwijls de wind tegen, was het wel stilaan genoeg en dus zocht ik maar een hotel in het stadje. Hotel “Gold’ne Krone” dus maar de uitbaters spreken er met meer accent dan ik, geloof ik. Het wordt uitgebaat door een Indisch koppel, dat verder op het gelijkvloers overigens ook een Italiaans restaurant doet 🙂 . Het hotelletje heeft zeker zijn charme, net als de uitbaters, maar erg hoog op de rankings scoort het toch niet geloof ik. Verder hoort heel de situatie, van een verdwenen camping en het zoeken naar een alternatief, ook bij de charme van het ongeorganiseerd reizen.
Het weer was vrijwel hetzelfde als gisteren. De zon kwam er een keer meer door en af en toe werd het dan ook even warm maar de algemeen tendens was gewoon koud en winderig. De rit ging dus verder stroomopwaarts langs de Rijn. Pittoreske Rijnstadjes wisselden af met zware industrie. Hoewel die industrie soms ook wel interessante foto’s kan opleveren, bracht ik ze vandaag niet in beeld. In Weissenthurm spendeerde ik wat tijd en moeite om een fietswinkel te vinden voor een technisch mankement, ik had de afgelopen dagen vrijwel geen achterrem meer. Hydraulische remmen zijn fantastisch maar ze mogen niet gaan lekken, in de winkel vonden ze een sneetje in mijn remleiding. Alles werd er mooi hersteld. Ik had die 2 dagen geen probleem, met alleen een voorrem, maar ik ben toch blij om terug volle remkracht te hebben. 2 jaar geleden zocht ik me in Koblenz, aan de overkant, gek naar een verblijfplaats met daarbij onderweg enkele pittige klimmetjes, met inbegrip van die naar de citadel. Deze keer passeerde ik langs de camping maar kon er in Koblenz nog geen sprake zijn van overnachten. Toch spendeerde ik ook hier wat extra tijd en moeite. Om te beginnen loopt het in een grote stad nooit zo vlot als dat het er op kaart uitziet en toen ik eindelijk terug op mijn route zat, toen mocht ik er niet verder 😦 . Eenmaal voorbij Koblenz werd het Rijnlandschap mooier, de industrie viel weg en de pittoreske stadjes namen toe. Slapen doe ik aan de voet van de Lorelei. Ik kan ze van hier wel niet zien en zal er ook niet voor naar boven rijden. Ik zou daarvoor trouwens ook nog eerst de rivier moeten oversteken. Daarmee zit de eerste week er dus op.
Ik verlang terug naar de zomer 🙂 . Het was vandaag gewoon koud, met vooral een koude wind. Deze voormiddag gaf mijn GPS me 7°. Een paar dagen geleden was dat 4 maal zoveel, ook in de voormiddag. Ik reed met mijn regenjasje aan, gewoon voor het comfort. Vandaag was dus de rit waarvoor ik de afgelopen dagen dezelfde route reed als 2 jaar geleden, om te zien wat er 2 jaar na 2 jaar eerder veranderd is. Niet zo veel blijkt, er liggen nog altijd noodbruggen en er staan ook nog altijd ruïnes. Je ziet nu wel dat er massaal aan de infrastructuur gewerkt wordt, op sommige plaatsen gingen ze op zondag gewoon door, en ook privé wordt er veel afgebroken en nieuw gebouwd. Ook de thermen in Bad Neuenahr staan in de stellingen om gerenoveerd te worden, het achterliggend hotel lijkt wel al in orde. Van sommige zaken lijken me door de oude eigenaars de moed opgegeven te hebben, die wachten misschien op nieuw bloed dat wel de investeringen nog wil doen om te renoveren. 2 jaar geleden stak ik de Rijn over om verder richting Dresden te rijden, deze keer bleef ik aan deze kant om stroomopwaarts te fietsen. Het pad langs de Rijn was niet meteen om blij mee te zijn 🙂 . Ik reed nog tot de eerstvolgende camping. Mijn GPS had kuren vandaag. Om te beginnen maakte ik schijnbaar een foutje bij mijn middagstop, waardoor hij de rit daar afsloot. Daarna registreerde hij wel opnieuw het tweede deel maar bij de synchronisatie gaf hij me een totaal niet relevante rit, in plaats van het vervolg naar Bad Breisig. Dat stuk heb ik dan maar verwijderd. Het bleef vandaag, ietwat verrassend, wel droog.