Vanmorgen begonnen met een rondje langs de zoutpannen. Er wordt hier dus zout gewonnen en volgens mijn informatie is dat “in het seizoen” best interessant, alleen vertellen ze er niet bij wanneer dat seizoen precies is 🙂 . Ik had niet het idee dat het momenteel hoogseizoen is, en dat er vooral aan het onderhoud van de pannen gewerkt werd, maar hier en daar was er toch wel zout te zien. Er is waarschijnlijk best wel geld te verdienen met zout maar daarom nog niet zozeer door de mensen die er moeten voor werken 😉 . Ook in de infrastructuur wordt er niet bijzonder geïnvesteerd, het ging over mee van de slechtste wegen van de reis.
Na het ritje hing ik wat rond in het stadje. Kampot heeft dezelfde evolutie meegemaakt als Siem Reap. 18 jaar geleden was dit een klein plaatsje met wat oude Franse villa’s. Ik geloof dat wij in één van de weinige “resorts” langs het water logeerden. Nu zijn de resterende villa’s weliswaar opgeknapt maar moet je ze zoeken in het volgebouwde stadje en van het platteland aan de overkant van de rivier rest ook hier niets meer. Het is ook allemaal erg Westers georiënteerd, het Westerse toerisme is hier blijkbaar toch wat groter dan ik in eerste instantie ingeschat had. Ik mag dan die evolutie niet altijd zo mooi vinden, ze dragen wel bij tot een nu stuk betere levensstandaard van de gemiddelde Cambodjaan. Ik denk trouwens dat op de plaats waar wij toen zo ongeveer logeerden nu het grote hospitaal gevestigd is en dan moet je toch een beetje in prioriteiten denken 🙂 .
Langs het water is een strand aangelegd dat ’s avonds tot leven komt met foodtrucks / strandbars en muziek. Verder is er blijkbaar ook een nachtleven ontwikkeld waar je wat ongemakkelijk van wordt. 18 jaar geleden was dat al het geval in Sihanoukville, toen nog een klein badplaatsje maar ondertussen ongetwijfeld ook uit de kluiten gewassen, maar het heeft zich dus schijnbaar ook hier ontwikkeld.






































