Het was vanmorgen weer een erg frisse start en mogelijk had het vannacht ook geregend, de omgeving leek nogal vochtig. Omdat er vandaag een nogal stevige rit op de menu stond, begon ik er wat vroeger aan. Ik was toch al wakker voor de wekker. Vandaag dus een rit rond Lake Alexandrina, een meer dat je overigens amper te zien krijgt onderweg, terwijl ik eigenlijk toch gehoopt had om de weg tussen meer en zee te kunnen nemen maar dat kon dus niet. Vroeger is het schijnbaar wel mogelijk geweest maar nu dus niet meer. Het scheelt wel zo’n 50 Km. Gelukkig stond tijdens die laatste 50 Km de wind wel in de rug, dat scheelt een slok op de borrel. Vandaag heb ik gewoon een kamer in een motel. Hier krijg ik het meer wel te zien, gezien ook de naam van het motel, maar hier heet het dan weer Lake Albert, terwijl ze eigenlijk gewoon één geheel zijn. Iets wat niet op mijn verwachtingslijstje voor Australië stond dat is de vos maar ze zijn hier dus toch, ik zag er nog een tweede maar die zat vlak naast de weg en verdween zodra ik naar mijn cameratas reikte. Morgen staat er een nog wat langere rit op het programma.
Vandaag weer een behoorlijk frisse en heldere dag maar wel weer met stevige wind, bovendien kwam die wind uit de verkeerde richting en was er deze keer geen terugweg om te recupereren 😉 . Vandaag begon ik echt richting Melbourne en Sydney te fietsen. Ik begon met over de berg te gaan, het eerste half uur was gewoon wreed. Verder bleef het weer op en af gaan en dus met overwegend tegenwind. Ik bereikte de kust terug bij Victor Harbour, vanwaar er een fietsroute richting mijn bestemming Goolwa liep. In Goolwa ging het eerst naar de toeristische dienst voor een infootje voor morgen. Er loopt vanuit Goolwa een op het zicht zeer interessante route naar mijn volgende bestemming maar ik wist niet of ik die wel kon of mocht nemen. Ze hadden geen goed nieuws voor mij, het kan en mag niet. Dat betekent dat ik morgen de langere omweg moet nemen en dus voor een zeer lange dag sta. Na de info ging het naar de supermarkt en dan op zoek naar mijn accommodatie. Ook vandaag overnacht ik weer in een park en weer een beetje anders. Wel mooi ruim en met alle faciliteiten. Hoewel het ook nog een behoorlijk groot park is had ik wel wat moeite om het te vinden.
Nog even een leuke van gisteravond: toen ik naar het sanitair ging, ik deel het sanitair van de camping, hupte er voor mijn neus een kleine kangoeroe over de camping 🙂 . Vanmorgen wel weer erg fris bij het opstaan maar onder een stralend blauwe hemel. Zo zou het ook gedurende de dag blijven, mooi blauw maar zonder erg warm te worden. Ik zou het grootste deel met lange mouwen fietsen en trok die bij aankomst in Penneshaw ook terug aan. Ik was wel blij dat ik ze voor die laatste klim wel al uitgedaan had. Zoals de rit naar Penneshaw eigenlijk eindigde in Cape Jervis, zo eindigde die naar Cape Jervis eigenlijk al in Penneshaw. Al moest ik deze keer aan de overkant wel nog een 3 Km fietsen maar die registreerde ik niet meer. Ik zag vandaag wel een paar andere fietsers, een lokaal koppel op de gravelfiets. Ik zag ook een auto wegwijzers aanbrengen, wegwijzers van het type die men bij ons ook wel eens gebruikt om een parcours aan te duiden. Toen ik in Penneshaw eerst nog ging lunchen, hoorde ik van enkele mensen dat ze met de volgende veerboot een 200tal fietsers verwachtten. Die zouden hier een week gaan rondtoeren. Dat leek me wel iets om te zien, 200 fietsers die van de boot kwamen, maar het werd een teleurstelling. De fietsen bleken in een vrachtwagen gezet voor de overtocht en al wat er van de boot kwam waren veel passagiers met een helm aan hun rugzakje 🙂 . Terwijl ik op die boot stond te wachten zag ik wel een groepje dolfijnen passeren 🙂 . Ik verblijf weer in een “park” maar wel met een beetje een upgrade tegenover de vorige 2.
Het weer is even echt niet plezant meer 😦 . Gisterenavond zetten de druppels uiteindelijk toch door, het viel vannacht met bakken uit de hemel. Vanmorgen was het koud, winderig, grijs en nat, niet meer de zware regen van vannacht maar wel nog echt nat. Dat weerhield me echter niet om een stevige daguitstap te maken. Ik hoopte dat het wel beter zou worden. Dat deed het uiteindelijk ook maar het zou nog wel 2 uur duren en dan spreken we nog niet van de wind. Die zou pas in de namiddag beter worden, toen ik hem op de terugweg in de rug kreeg 🙂 . De bestemming van vandaag was Seal Bay. Seal Bay is de thuis van een behoorlijke kolonie van “Australian Sea Lion”. De Australische zeeleeuw is een soort die inderdaad alleen in Australië voorkomt en behoorlijk onder druk staat, vroeger vanwege de jacht en nu vooral als “collatoral damage” bij de visvangst en vervuiling. Verder hebben ze een erg lange zwangerschap, 18 maanden, waardoor er een beperkt aantal geboortes zijn en staan ze zelf op de menu van vooral haaien en orca’s. Eén van de redenen waarom er hier nog een behoorlijke populatie is, zou zijn omdat de baai beschermd wordt door een rif waardoor de jagers er destijds niet bij konden komen met hun boten. Wanneer de zeeleeuwen zelf op jacht gaan kunnen ze makkelijk vier dagen weg blijven, ondertussen eventuele jongen alleen en zonder voedsel achterlatend. Als ze dan terug aan land komen is het dus echt om te rusten en eventuele jongen te zogen. Jagen doen ze individueel maar om te rusten kunnen ze schijnbaar wel wat gezelschap appreciëren 🙂 . Bij de begeleide, en betalende, wandelingen kan je ze, onder toezicht van een ranger, redelijk dicht benaderen. Een andere optie is de “boardwalk”, overigens ook betalend maar dan minder, maar dan blijf je toch wel op ruime afstand. Ik had geluk, toen ik aankwam in het center stond er net een groep klaar om te vertrekken en er was nog een plaats beschikbaar. Ik kon dus meteen aansluiten 🙂 .
Het was vandaag wat frisser, ik fietste met lange mouwen. Er vielen ook de hele tijd wel eens wat druppels maar die zetten nooit door, een regenjasje droeg ik dus niet. Ik fietste vandaag een eindje verder, naar de “hoofdstad” van het eiland. Ik was weer goed op tijd en deed dus eerst een rondje, onder andere langs de “old mulberry tree”. De old mulberry tree is de enige overlevende van een boomgaard die door de eerste Europese settlers aangelegd werd in 1836 en zou nog steeds vruchten dragen, al heb ik die niet gezien. Het is waarschijnlijk ook nog wel wat vroeg op het seizoen, uiteindelijk is het nog maar lente. Mijn accommodatie ligt een beetje buiten de stad en is weer een “park”, gisteren holiday en vandaag tourist 🙂 , deze keer wel in een cabin in plaats van een tent. De lokale overheid plaatste onderweg een verkeersbord voor mij alleen. Ik zag vandaag geen, levende, kangoeroes en al evenmin andere fietsers, ik alleen dus 🙂 .
Het was mooi om nog eens tussen de vogels te slapen, vogels die ik goed hoorde maar zelden zag en helemaal niet in beeld kreeg 😦 . Soms mis ik mijn zoomlens wel maar het is gewoon niet te doen om die op dit soort reizen mee te nemen. Vandaag maakte ik een daguitstap, een veel gematigder ritje dan gisteren maar toch wel weer met enkel pittige klimmetjes. Ook het weer was wat gematigder. Na de middag passeerde er een buitje maar toen was ik al even terug thuis. Mijn bestemming was Cape Willoughby en daarmee meteen ook de eerste vuurtoren van Australië. De oude vuurtorenwachtershuisjes doen nu dienst als een museumpje en 2 vakantiewoningen. Tijdens een wandelingetje, na het buitje, kreeg ik toch enkele van die vogels behoorlijk in beeld.
Gisteren schreef ik dat vandaag het echte werk zou beginnen en dat is zo ook wel gebleken. Het was vanmorgen in Adelaide weer grijs en winderig maar onderweg klaarde het dan vrij snel op en werd het warm, echt warm. De wind bleef wel maar die stond voor mij in de goede richting 🙂 . Dat zorgde dan wel eens voor een steuntje op de toch wel pittige klimmetjes buiten Adelaide. Op de laatste klim werd het echt wreed warm, er was ook nergens schaduw. Het doet dan deugd wanneer je eindelijk een benzinestationnetje tegenkomt. Hoe klein ook, bij een benzinestation hoort hier vrijwel altijd ook een winkeltje en dat kon ik wel even gebruiken. De rit eindigde eigenlijk in Cape Jervis, het stukje aan de overkant was niet te meten 😉 . Ik had eigenlijk, met toch wat reserve, geboekt voor de overtocht van 6 uur maar was nog net op tijd voor die van 3 uur en mocht zo toch direct aan boord. Het was eigenlijk niet de bedoeling maar ik kampeer dus toch op deze reis, al is de tent wel wat groter dan gebruikelijk 🙂 . Verder is het toch vrij veel geld voor vrij weinig service maar het was wat beschikbaar was. Covid heeft er in Australië schijnbaar toch stevig ingehakt en er lijken nogal wat zaken over de kop gegaan te zijn. Daarom zoek en boek ik toch maar op voorhand, momenteel zelfs al voor de rest van de maand.
Adelaide was vanmorgen weer grijs en eerder winderig maar ik begon de dag toch met een ochtendritje. Kwestie van de benen en de fiets nog eens te testen, morgen begint tenslotte eindelijk het echte werk. Het werd vandaag een ritje naar de zee. Ik kreeg al vlug wat nattigheid maar tegen dat ik aan zee kwam, was het droog en begon het enigszins op te klaren. Ik bereikte de zee in Glenelg, een behoorlijk populair kuststadje, en volgde dan de kust tot bij Exeter om daar Port Adelaide en de al bekende route terug naar de stad op te zoeken. Na de middag wandelde ik dan nog even door de stad. Het was ondertussen behoorlijk opgeklaard en warm.
Gisterenvoormiddag, om 9u30, op mijn laatste bus gestapt en er vanmorgen, om 6u, uiteindelijk ook definitief terug afgestapt. De lange busritten zitten er dus op. Het werd al snel stevig bewolkt in de woestijn. Je zult zomaar de halve wereld rondvliegen, een dagje Uluru boeken en net dan die regendag treffen 😦 . Tegen 7 uur was ik bij mijn hostel. Het is zo ver niet, integendeel, maar omdat het zo vroeg was besloot ik om tenminste in het busstation te wachten tot het licht werd. Ik ging dan de hostel binnen met de bedoeling om mijn bagage in storage te plaatsen en later terug te komen om in te checken. Mijn bed was echter al vrij en ze hebben me dan maar meteen ingecheckt, zo was ik dus meteen op mijn gemak. Mijn fiets stond nog netjes op zijn plaats, ook wat dat betreft was ik dus meteen op mijn gemak. Tegen de middag ging ik wel even iets eten en wat inkopen doen maar verder was ik, na de stevige verplaatsing van de voorbije 24 uren, weinig actief. Verder hield ik me bezig met het wat verder plannen, van deze reis maar potentieel ook de eerste stap gezet voor een volgend, korter, reisje 🙂 . Dat gaat tegenwoordig allemaal ook vanop afstand natuurlijk 🙂 .
Origineel had ik voor vandaag nog een daguitstap naar de West MacDonnel Ranges geboekt maar die werd gecanceld bij gebrek aan deelnemers. Ik ging maandag nog langs bij het toeristen informatiebureau om te zien of er misschien een alternatief was, met een andere operator of een andere bestemming, maar dat bleek niet zo te zijn. Ik kreeg er ook te horen dat het seizoen zo stilaan ten einde liep en er niet zoveel meer in de aanbieding was, iets wat ik later nog wel eens hier en daar hoorde. “The Red Centre” is dus duidelijk geen zomerbestemming 😉 en dat kan ik ondertussen ook best begrijpen. Het is momenteel te vergelijken met april bij ons en wanneer ik dan de huidige temperaturen voel, dan begrijp ik dus dat je verderop in de zomer niet veel meer aan toerisme doet. Als ik aan mijn originele plan, Sydney naar Adelaide, vastgehouden had dan zou ik hier waarschijnlijk niet te veel meer kunnen uitsteken hebben. Bij gebrek aan uitstap besloot ik dan maar, langs de “rivier”, naar de oude telegraafpost te wandelen. In de rivier staat echter alleen bij echt recente regen water. Onder de rivier zou schijnbaar wel zitten, het water zou sneller in de grond zakken dan wegstromen. De oude telegraafpost is het prille begin van Alice Springs. In 1870 begon men met het aanleggen van een telegraaflijn tussen Adelaide en Darwin. Daarbij stuitte men hier op een bron en dus vond men het een goed idee om hier een tussenpost te plaatsen. Die post werd Alice Springs genoemd naar de vrouw van de toezichthouder op de aanleg van de lijn en de bron die men hier vond. In 1933 werd het in de buurt gevormde Stuart Town ook naar Alice Springs hernoemd. Alice is overigens nooit in Springs geweest 🙂 . De wandeling bleek boven verwachting interessant, ten eerste door de omgeving maar ook omdat ik er mijn eerste kangoeroes in beeld kon brengen. Het leken me 2 verschillende soorten, een kleinere soort op de rotsen en een grotere op de vlakte, maar ik kon niet uitvinden welke het precies zijn. Ondanks de droge omgeving blijken er ook nog ijsvogels in de omgeving te zijn. Laat je trouwens niet misleiden door het “ijs” in de naam, de vogel heeft helemaal niets met ijs maar dat is weer een heel ander verhaal. Met water heeft hij normaal wel te doen maar deze dus niet noodzakelijk. Het zou gaan om de Sacred Kingfisher, kingfisher is de Engelse benaming van de ijsvogel, die ook kan overleven op insecten en kleine reptielen. Zo bleek de gecancelde uitstap uiteindelijk eerder een zegen. De West MacDonnell Ranges zullen ongetwijfeld erg mooi zijn maar dat vond ik van deze omgeving ook en ik twijfel er sterk aan dat ik daar kangoeroes zou gezien hebben. Bovendien leverde het, na 5 dagen, eens een dagje zonder bus op 🙂 . Voor de terugweg naar de stad vond ik bij de telegraafpost een alternatieve route. De wandelroutes zijn trouwens allemaal degelijk gemarkeerd, elk met zijn eigen kleur. De laatste halte van mijn wandeling was Anzac Hill, met monument en uitzicht over de stad. Na de middag bracht ik met minder inspannende zaken door zoals de was en de laptop. Met de omgeving en de kangoeroes en vogels kwam ik alweer op 45 foto’s en daar heb ik nog stevig moeten selecteren.